Geen categorie

ATW: Dag 11 – Slippertjes

ATW: Dag 11 – Slippertjes

De dagen beginnen op elkaar te lijken, want ook deze dag start ik met een rondje rennen om 7.00 uur. Nu de berg op, vlakbij mijn huis, naar een weggetje met een 360 graden uitzicht. Aan beide kanten de oceaan, omdat we op een landtong zitten. De eigenaren van de plantage geven geen toestemming om er doorheen te steken, maar van het uitzicht genieten mag wel. Hele groepen kinderen en ouderen komen een ander paadje af, de kids in schooluniformen. Het zijn Indiërs uit het nabijgelegen dorp. De melting pot bevolking hier bestaat voor ongeveer de helft uit Indiers.

Geld verdienen

Ik ontdek dat ik vannacht wat geld heb verdiend, door provisie op verkopen uit een webinar wat ik heb gepromoot. Mooi!

Na een ontbijtje, met een lekker smoothie, zit ik in dubio. Zal ik verhuizen naar het andere huis van Elle, wat dichtbij het event is, maar in the middle of nowhere, zonder stroom en internet? Of moet ik toch gewoon ook in zo’n resort gaan zitten, wat meer onder de mensen?

Ik pak de lonely planet er nog eens bij en het aanbod in de verschillende faciliteiten van Tony Robbins: het beste aanbod is zijn eigen resort Namale, maar de prijzen daar zijn echt exorbitant (€ 1.680 per nacht!!). Zelfs het tweede en derderangs aanbod is nog veel duurder dan ik uit wil geven (€ 200 per nacht voor een gedeelde kleine kamer). Het is me duidelijk dat Tony’s Fiji model ook gericht is op geld te verdienen.

Scooter huren

Ik besluit in ieder geval niet in het andere huis te trekken en een scooter te huren om de resorts van Tony te bekijken. De registratie voor het event is ook daar.

Een scooter huren gaat echter zo maar niet. Ik heb mijn rijbewijs niet bij me, en dat is verplicht. ‘It’s the law here’, zegt de dame van het verhuurbedrijf. Ik bedenk me dat er volgens mij nog een hoop belangrijkere dingen hier per wet te regelen zijn. Mijn verweer dat je in mijn land geen rijbewijs nodig hebt, is tevergeefts. Geen scooter.
Op straat kom ik de taxichauffeur tegen die me net bij de verhuur heeft afgezet: “What happend with the scooter?” vraagt hij. Hij stuurt me naar de andere verhuurder die wat makkelijker is.
Het werkt. Als de tweede verhuurder om mijn rijbewijs vraagt, laat ik mijn American Express kaart zien, waarvan mijn naam keurig wordt overgeschreven. Weet hij veel hoe een Nederlands rijbewijs eruit ziet.

Op mijn scooter bij Tony’s Namale Resort en Spa aangekomen, word ik ontvangen met een serenade, een krans en een cocktail! “Bula!” Een warm welkom werkt!
Na wat plichtplegingen rijd ik verder, zo’n tien kilometer deze kust explorerend. Mooie privé eilanden, met witte stranden!

Ik keer om en rijd naar het Wasawasa conferentiecentrum. Door Tony neergezet op zijn 300 hectare grond, speciaal voor zijn events, met de twee basic accomodaties erbij. De heuvel oprijdend slip ik weg, waardoor ik mijn voet en knie openhaal. En mijn Reef slipper sneuvelt. Als ik bloedend de berg op rijd, kom ik twee Nederlandse dames tegen, die ik nog ken van Tony’s event in London, november 2012. Ze helpen me in hun hotelkamer de boel schoon te maken en te ontsmetten. Een erg kleine hotelkamer…

Dankbaar voor hun hulp verken ik de premisses. De zaal voor het event is ijzig koud. Da’s gebruikelijk bij deze events. Het houdt je wakker, gedurende de 12 tot 15 uur programma’s. Brrr.

Bula

Ik kan aanschuiven en integreren met wat deelnemers bij de lunch. Met gevulde maagweer terug naar het dorp. Nieuwe slippers kopen. En nog wat omgeving verkennen. Het is ongelooflijk hoe vriendelijk de mensen hier zijn. Nog nooit zo vaak en vriendelijk gegroet op straat: “Bula!!”

Terug thuis vertelt Elle nog wat inside verhalen over de onroerend goed markt op het eiland. Ook wat smeuiige verhalen over Tony Robbins’ aankopen van zijn land, tovert ze uit de oude doos. Vermakelijk.

Tegen 19 uur ga ik weer terug naar Wasawasa. 
In het dorpje waar ik doorheen rijdt is het druk en branden grote vuren onder pannen op het plein. Ik stop om te vragen waarom het feest is. Het is een begrafenis, met eten voor iedereen die komt. Bij het parkeren van mijn scooter, sloop ik mijn gloednieuwe slipper. Morgen even nieuwe kopen.

De openingsceremonie van het event is een Fijiaanse dans, die uitmondt in een soort polonaise met alle deelnemers, voordat we aan tafel gaan. De eerste leuke gesprekken met deelnemers uit Canada, US, Australie, Duitsland en India. De meeste mensen slapen in Tony’s accomodaties, maar ik stuur mijn scooter om iets over negenen weer terug de nacht in. Ik geniet van de barre tocht van een half uur. Benieuwd hoe dat morgen zal zijn, ver na middennacht.

Thuis aangekomen heb ik een Skypesessie met vriend Ferd, die als projectmanager de TalentFirst website opnieuw aan het realiseren is. Wat werkt dat toch goed, zo! En gezellig. Voor mijn werk maakt het misschien geeneen zoveel uit, waar ik zit. Voor mijn gezinnetje wel en ik realiseer me dat ik alweer over de helft van mijn reis ben en ik mijn schatjes al weer snel zie!

ATW: Dag 9 – Paradise lost

ATW: Dag 9 – Paradise lost

Even doorbijten, 4.45 u opstaan, door het donker de berg op, op zoek naar bus of taxi. Op ‘t vliegveld via de fast-lane inchecken en rustig de tijd om even te ontbijten in de lounge. Ideaal. Aan de haven drinken we een Gold, het lokale bier, met de forse Jennifer uit Noord Californië die hier drie maanden leeft. Daar lijkt mij persoonlijk dan weer niet zoveel aan. Zo zie je maar weer, de één z’n droom, is voor de ander een drama. Vandaag een dubbele vlucht, wat een driedubbele zal blijken, naar Suvasuva,

Fiji, het paradijs op aarde. In de eerste Boeing 737 heeft alleen economy, wat een luxe is vandaag, want het comfort zal steeds verder afnemen. Na drie uur, met mijn inmiddels vertrouwde keuze uit de New Zealand Air jukebox: David Guetta FMIF, komen we op Nadi aan, wat iedereen hier als Nandi uitspreekt. De hoofdstad van het eilandenrijk Fiji.

Travel light

Nadat ik mijn paraplu al bewust in Sydney had achtergelaten, pak ik hier mijn rollerskates, mijn dichte schoenen en wat boeken in, om achter te laten op het vliegveld.  Travel light. Voor het eerst moet ik mijn handbagage inchecken. ‘Very small plane, sir’. Wat gezegd wordt over de Fijians, klopt wat mij betreft nu al: echt aardige mensen.

Bij het inchecken krijg ik niet 1 maar 2 boardingpassen. Het eerste vliegtuig, wat te klein is voor mijn handbagage, blijkt te groot voor Suvasuva luchthaven! We moeten dus nog een keer overstappen.

Reisschema

Ik maak me zorgen om mijn reisschema, want ik zou opgehaald worden. Hoe laat die laatste vlucht gaat, hangt van het gewicht van de passagiers af, zo wordt me verteld. Er kunnen maximaal 12 mensen in, soms 14, en anders wordt het een vlucht later. Ik reken uit dat dit mijn inmiddels 6e vlucht is deze week. Het echte Peter Stuyvesant gevoel krijg ik, als we op de startbaan via een trapje een heel basic vliegtuigje in stappen.

In een uurtje vliegen we naar het andere eiland, om te landen op Labasa. De terminal is niet meer dan een keet.

Nadat we allemaal op een weegschaal hebben moeten staan, lijkt het in orde. Met tien man mogen we in een nog veel kleiner vliegtuigje stappen. De piloot komt even bij ons zitten, voor de veiligheidsinstructie. Hij doet me aan Soldaat van Oranje denken en het ruikt naar kerosine. ‘The flight will take ten minutes’, besluit de piloot, waarna hij naast zijn co-piloot kruipt. Met gepast gevoel voor drama, zet het apparaat zich in beweging, om ons na tien minuten op de andere kant van het eiland af te zetten: Suvasuva. Vliegen zoals vliegen bedoeld is!

Doordat het allemaal sneller ging dan gepland (en sneller dan op de boardingpassen staat), moet ik anderhalf uur wachten voor ik wordt opgehaald. Warm hier, zeg. Dan komt een taxi uit de jaren twintig voorrijden, met mijn hospita Elle. Ik schat haar tegen de 60.

Paal 4,8

De meeste van de deelnemers aan het Tony Robbins zitten in Tony’s eigen Namele resort, waar ze met zachte drang toe overgehaald zijn. Ik vond ik de 450 euro per nacht (voor een gedeelde kamer) wat gortig en heb een bed en breakfast geboekt.

Elle heeft zelfs twee huizen voor me in de aanbieding, eentje naast het Tony event, en de andere wat meer bij het dorp. Ze heeft hier als native Fijienne jaren gewerkt als makelaar en is nu met pensioen. Het heeft haar nog wat extra stulpjes opgeleverd. Onderweg naar het huis naast haar eigen huis, vertelt ze me dat het al weken lang elke dag heel hard tropisch regent. Ik heb ook nog geen wit strand gezien, wel een hoop palmbomen. Ik ben blij dat ik mijn skates thuis heb gelaten, want op met de weg waarover we rijden heeft zelfs de taxi de grootste moeite. En andersom.

Mijn huis, bij paal 4,8 (huizen kennen hier geen adres, 4,8 betekent: kilometer 4, rioleringspijp 8), is geweldig. Een soort negerhut van oom Tom, tegen de berg op met zicht op de pacific. Een buitendouche, een werkkamer, een keuken op de veranda en een heerlijk bed onder een grote klamboe. Alles is er, een gevulde koelkast, internet, elektriciteit.

Een duik in de zee besluit ik toch niet te nemen, het wordt al bijna donker en het water ziet er niet aantrekkelijk uit. Even moet ik bijkomen: geen wit strand, dagelijkse regenbuien. En wat doet Elle’s kat die hele tijd op mijn tafel. Ik houd niet van katten. Na een uurtje staren over de oceaan, besluit ik het aanbod van Elle aan te nemen, om me het stadje te laten zien. We lopen onder het licht van maan en sterren over de vier kilometer naar het dorp. Halverwege springen we bij een local in de auto.

Sowieso zijn hier vrij veel buitenlanders neergestreken in dit deel van Fiji. In de haven ook een groot aantal Oyster zeilschepen, van groot tot heel groot, die meedoen aan een rally. Ik spreek een Engelse jongen, die totaal 15 maanden de wereld aan het rondzeilen is. Hij vergezelt als crew de eigenaren van een Oyster zeilschip.

Marketing in Fiji

We eten een gezellige Enchillada, waarbij Elle, die op z’n minst een beetje wereldvreemd is, maar tegelijkertijd slim en direct, tal van verhalen uit de oude Fiji doos vertelt. Heel wat inside stories krijgen we te horen.

We komen tot de conclusie dat de Fijians niet alleen goed zijn in vriendelijkheid, maar zeker ook in marketing, gelet op de gecreëerde perceptie van tropisch paradijs met witte stranden, die eigenlijk grotendeels ontbreken op dit eiland…

De bus waarin we terug naar het huis kunnen meerijden, is nog van ruim voor de uitvinding van de vering, waardoor ik bijna full-time grinnikend, als in een kermisattractie, de terugweg beleef.

ATW, Dag 8: I’ll be back!

ATW, Dag 8: I’ll be back!

Na de heftige dromen en het vroege slapen, besluit ik de dag met de zon op te staan. Een rondje hardlopen door het Business District, om de stad te zien ontwaken. Eens kijken hoe hard er hier gewerkt wordt, maar het aantal al verlichte kantoren om 6.15 u valt gelukkig mee. Als ik door een van de ondergrondse winkelcentra ren, ben ik totaal gedesorienteerd als ik weer boven kom. Ik weet letterlijk niet welke van de vier richtingen ik op moet. De tripadvisor app biedt uitkomst, door me de richting van mijn hotel te wijzen.

Opstaan met de zon, da’s een magisch begin van de dag. Toen ik een paar jaar geleden het boek ‘Marijn Is Klaar Met Werken’ schreef in Costa Rica, deed ik het elke dag. Het was het enige moment waarop het nog te doen was om hard te lopen over het strand, daarna werd het al snel te warm. Ik neem me voor dit ook op Fiji te gaan doen, dagelijks een rondje strand met zonsopkomst.

Ik gun mezelf een taxi naar het vliegveld, om van de nukkige chauffeur al het leed aan te horen van zijn werkende leven. Lang wachten op het vliegveld, om dan een ritje naar de volgende terminal te krijgen. En nog zo wat taxi-myseres. Ik bedenk me dat, ook hier, er heel wat werk voor ons ligt om mensen te helpen meer lol uit hun werkende leven te halen en daardoor een leuker en waardevoller persoon te worden. Sydney, I’ll be back!

Een half uurtje werken in de Airline Lounge en dan aan boord.
In het vliegtuig krijg ik ineens de geest ten aanzien van buitenlandse avonturen. Wat nu als ik echt in mogelijkheden en overvloed denk en dus niet luister naar al die stemmen in mijn hoofd die zeggen: ‘zorg nou eerst maar eens dat alles in Nederland op orde is’, ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’, ‘wie denk je wel dat je bent?’
Maar gewoon buitenlandse avonturen creeeren, waar alle Nederlandse collega’s van kunnen profiteren. Gewoon, omdat het kan, en omdat het cool is!
Ook hierbij is het, zoals op elk gebied, dat ik alleen mezelf maar uit de weg moet gaan en de inspiratie moet laten stromen richting moeiteloos creeeren. Dan kan er veel meer dan ik in eerste instantie denk. Dan kan waar ik van droom gewoon werkelijkheid worden.

Allerlei ideeen passeren de revue. Het Bal der Beloften in coole wereldsteden als teaser voor nieuwe klanten in die steden. Opdrachten doen met Nederlandse collega’s in die steden, en daardoor aansluiting zoeken met lokale mensen. Gewoon als een soort werkvakanties. Mooi woord is dat eigenlijk: werkvakantie, 365 dagen per jaar liefst…

Al jaren loop ik rond met het plan mijn boek ‘365 vakantiedagen’ in het Engels te vertalen en ik heb daar zelfs al een slag mee gemaakt, dankzij mijn schoonzus. Misschien moet ik daar nu mee doorpakken. En daarnaast een nieuw boek schrijven, in het Engels.
Over een nieuw boek heb ik al gesprekken en brainstorms met een uitgever. Werktitel: ‘Thank God It’s Monday’.
Misschien moet ik daar de komende twee weken eens een slag in gaan maken. Gewoon een boek gaan schrijven tijdens deze trip??
Het idee om dat de komende weken van mijn reis te doen, geeft me veel energie. Dat zou het onmogelijke mogelijk maken zijn. 
Er dient zich zelfs direct een concrete invulling aan voor een verhaallijn. Ik begin te schrijven aan een eerste outline… het stroomt!!

De tijd vliegt, net als ik, en voor ik het weet zijn we weer in Auckland. Ik weet er inmiddels de weg, dus pak de shuttle naar de stad. Nu eens geen lekker hotel zoals in Sydney, maar voor 30 euro in huis bij Michelle, via AirBnB. Ze is zelf aan het werk, dus de sleutel ligt op een afgesproken plaats. En zo loop ik, met rolkoffer achter me aan en skates op mijn rug, een buitenwijk van Auckland in, net achter de schimmige red-light-kebab-alternative scene van K-road. De verstopte sleutel geeft me inderdaad toegang tot Michelle’s huis, de wifi code staat op de muur en mijn bed is opgeruimd. Een eigen huis, een plek onder de zon!Hoewel, het is grijzig in Auckland.

Het is inmiddels al avond, door het tijdsverschil met Sydney. Ik ga nog eens op zoek naar een remblok voor mijn skates, maar slaag wederom niet. Op Fiji heb je volgens mij vooral zandwegen, dus de nood is niet zo hoog.
Mijn avond vult zich met een hamburger en ‘The Great Gatsby’ in de bioscoop, een film met een spectaculair decor. Thuis kruip ik er vroeg in, na wat socializen met de vriend van mijn huisbazin Michelle. Michelle zelf heb ik overigens nooit gezien.
Morgen de wekker om 5.00 uur voor de volgende reisdag, in twee vluchten naar mijn final destination, Savusavu op Fiji.
Hoewel, it’s the journey, not the destination…

ATW, Dag 7: Mijmeren aan zee

ATW, Dag 7: Mijmeren aan zee

Een rustig dagje, die pas laat op gang komt. Na een brunch bij een franse broodjeszaak, bind ik de skates weer onder, op weg naar het strand. Nergens beter bijkomen van een avond stappen dan op het strand, helemaal als je er skatend heen gaat.
Bondi beach, het beroemdste strand van Australie. Een aardig stukje skaten, maar het gaat lekker snel, omdat er veel downhill bij is. Soms zelfs wat te snel, mijn remblok is al behoorlijk afgesleten op de heuvels van Sydney. Het laatste stuk besluit ik te gaan lopen, omdat dat zo steil naar beneden gaat dat ik mijn snelheid niet meer kan controleren.

Bondi is een fantastisch gelegen kuststrook, met super golven, waarop gesurfd wordt. Dat zou ik toch nog graag leren. Misschien op Fiji?
Wandelend over het strand mis ik mijn meisje en de kinderen. Wish they were here… En dan is het ook nog vaderdag!!

Ik neem een drankje in het Beach Pavillion, in café ‘The Bucketlist’. Mooie naam, ik denk dat veel mensen Bondi beach op hun bucketlist hebben staan. Bij mij kan ie er af.

Helaas lukt het niet een nieuw remblok voor mijn skates te kopen, hier in Bondi. Dat wordt mijn missie in Auckland, want op Fiji verwacht ik dat zeker niet te vinden.
Ik besluit een wandeling te maken, de Coastal Walk, die hier langs de kust is uitgezet. Echt een prachtroute, over de kliffen tussen de verschillende plaatsjes. Prachtige uitzichten.
Bij Bronte beach kom ik de coolste infinity pool ooit tegen: in de zee gebouwd. De golven slaan tegen de rand van het zwembad en erover heen. In het zwembad is het dus gewoon zeewater. Je leeft maar één keer, bedenk ik me, dus ik duik erin. Heel gaaf gemaakt, vooral die golven die er over heen slaan maken het spannend. Het zeewater is nog wel koud…

Het volgende stuk loop ik inmiddels in het donker. En dat is best apart, want ik passeer een aan de zee gelegen giga kerkhof, van een paar hectaren. Dan lig je er toch mooi bij, met prachtig uitzicht over zee. Het is een spooky setting, onder het licht van maan en sterren.

Al lopend laat ik de avond van gisteren nog eens de revue passeren. Tenminste, het deel van de goeie gesprekken.
Ik realiseerde me dat ik met TalentFirst best goeie dingen doe, maar nog veel te weinig gebruik maak van de mogelijkheden. Concepten als ‘Het bal der beloften’, de theatershow ‘Thank God It’s Monday’, de DroomBaanReis en het DroomBaanHotel, zijn bijvoorbeeld stuk voor stuk concepten die ik veel professioneler kan aanpakken. Dan zijn ze ook heel makkelijk uit te rollen en schaalbaar te maken. Waarschijnlijk is dat hetgene wat ik het meeste aandacht moet gaan geven na deze reis, verder professionaliseren en uitrollen. En daar heb ik hulp bij nodig, verwacht ik.

Na een pizza en een bier in een giga Sportsbar in Coogee beach, pak ik de bus en metro naar huis. Vroeg slapen, want morgen helaas alweer weg uit Sydney, via één nacht Auckland door naar Fiji. Morgen ben ik een week weg, en dus al op eenderde van mijn reis.
In de nacht komt de ene evil dream na de andere voorbij. Zou dat toch met dat kerkhof te maken hebben??

ATW, Dag 6: Sydney, here we come

ATW, Dag 6: Sydney, here we come

OK, we doen het. We gaan naar Sydney verhuizen. Die gedachte had ik vanochtend om half negen al, toen ik door het zonnetje, op mijn skates, door de Botanical Garden bij het Opera House aankwam, waar je uitkijkt over de baai met de Sydney Harbour Bridge. Met op de achtergrond een zee aan wolkenkrabbers waar alle grote bedrijven zijn gevestigd. Dit is het. Het Nederlands Dans Theater staat vanavond overigens geprogrammeerd in het Opera House, maar dat terzijde.

Heerlijk skatend door de stad, waar al druk wordt gejogd en gesport in de parken. Skaten is de beste manier om in deze stad van a naar b te komen, het lijkt er voor gemaakt. Overal asfalt, geen stoeptegel te zien. Wel af en toe klimmen, maar de beloning daarvoor zit in de afdalingen.

Om 9.15 ben ik weer terug in mijn hotel, voor de ontbijtafspraak met mijn oud huisgenoot, die al 13 jaar in Sydney woont. Wat leuk om hem weer te zien, na heel veel jaren. We vinden een plekje in de ochtendzon, met een Nederlands sprekende ober.

Web 4.0

Mijn huisgenoot is executive coach, en heeft hij een mooi opgebouwde klantenlijst. Toeval bestaat niet: een van zijn grootste klanten is een Nederlands bedrijf. Ik ontving gisteren nog een mail van iemand die daar in Amsterdam voor werkt en die vertelde dat ze ook in Sydney zaten. Is dit web 4.0 aan het werk, waarover ik in het boek ‘Marijn Is Klaar Met Werken’ schrijf? Kort gezegd is web 4.0: sta open voor mogelijkheden, volg je intuïtie, kom in actie en de magie dient zich aan in je leven. Zo voelt dit gesprek.

We wisselen onze ervaringen uit en ik vertel over het Friendchise model van TalentFirst. Ik zie hem steeds geinteresseerder kijken. Zou dit een model kunnen zijn waar hij al jaren naar op zoek is, om met mensen samen te werken? Ik denk natuurlijk over de mogelijkheden voor TalentFirst in deze fantastische stad. Hmmm. Interessant. Na uitgebreid bij te praten, besluiten we om verder te praten bij een diner vanavond.

Ik wandel een stukje met hem op, en komen in Elisabeth Bay, een nonchalant baaitje. En schitterend.

Happiness Institute

Snel terug naar mijn hotel, om de skates weer aan te trekken. Een meeting met Chief Happiness Officer Tim Sharp, van het Happiness Institute. Hij heeft behoorlijke impact gehad op het bewustzijn van geluk en de invloed die je daar als individu op hebt. Als gast van diverse televisieprogramma’s en auteur van 5 boeken heeft hij ook buiten de wetenschappelijke wereld een naam, als professor in de positieve psychologie.
We praten uitgebreid over de werkvloer als plek die je persoonlijke geluk beïnvloedt. En hoe mooi het is om daar een bijdrage aan te kunnen leveren. Tim’s model gaat daarbij uit van vier gebieden die belangrijk zijn voor een organisatie, om bij te dragen aan persoonlijk geluk:

  • Een positieve cultuur
  • Positieve relaties onderling (focussen op sterktes)
  • Communicatie die positief is (focussen op wat goed gaat)
  • Positieve betekenis waar mensen zich aan kunnen verbinden

Tim vertelt dat Australië daar verder mee is dan veel andere delen in de wereld, zo oordeelde de andere Positieve Psychologie goeroe Martin Seligman, die regelmatig bij Tim op bezoek is. Zittend op het terras wijst hij een aantal wolkenkrabbers in het CBD (Central Business District) aan, waar we op uit kijken: onder andere PWC en Ernst & Young hebben hier hele mooie leiderschapsprogramma’s. Alle andere grote bedrijven hebben een eigen toren aan de baai, zo lijkt het. Ook twee van onze grootste klanten zie ik er tussen staan: Rabobank en ING. Interessant!!

Ons gesprek krijgt een persoonlijke wending, als we ontdekken dat onze beide vrouwen allebei borstkanker hebben gehad en hoe dat je leven ineens op z’n kop zet. Wat een mooie ontmoeting met deze man. Ik ga nadenken over een gelegenheid om hem eens in Nederland te laten spreken, ik gun veel meer mensen zijn ideeën en inspiratie!

Grootsheid

Op skates ontdek ik Sydney verder, de rest van de middag. Door Darling Harbour, waar ik onder de indruk ben van de grootsheid. Paddy market, een soort groot overdekt Waterlooplein, waar ik een Boomerang koop. Bij het conventioncenter ontdek ik dat de Dalai Lama daar binnen op dat moment spreekt. Helaas is het uitverkocht, maar navraag leert me dat hij morgen in het een openbaar spreekt!

Ik skate langs het wat naar de Sydney Bay Bridge die ik aan de ene kant over skate, en aan de andere kant terug. Aan de andere kant van de baai probeer ik nog een lift te krijgen van de langsrazende powerboats. In Brazilie heb ik nog eens geprobeerd een lift te krijgen op een privévliegveld. Dat lukte toen, zij het dat de lift naar Rio was en ik naar Sao Paolo moest. Helaas lukt het dit keer niet, en moet ik mijn vermoeide lijf weer skatend in beweging zetten…

Rugby

Op de terugweg rust ik uit op een bankje als uit een erg exclusief hotel een grote groep hele grote rugbyers voorbij komt. Uit auto’s wordt naar ze geschreeuwd en geclaxoneerd. Wie zijn dit? Ik volg ze het parkje in, waar ze met elkaar een trainingspartijtje spelen. Een van hen vertelt me dat ze de ‘British en Irons Lyons’ zijn, op tournee door Azië, en vanavond spelend tegen de ‘New South Wales Waratahs’. Het zegt mij allemaal weinig, maar waarschijnlijk sta ik te praten met een held voor duizenden, gelet op het uitverkochte stadion en de rechtstreekse televisie-uitzending van de wedstrijd vanavond.

Mijn avond met mijn oud huisgenoot begint in de leukste cocktailbar van Sydney, onder mijn hotel, waar we een Mad Men cocktail ‘Old fashioned‘ drinken. In het visrestaurant waar we vervolgens heen gaan is de witte wijn wel erg lekker. Oude herinneringen en goeie gesprekken. Een reeks aan barren en clubs volgt, met de ene ontmoeting na de andere, tot sluitingstijd. Aardige mensen, die Sydneyers. We eindigen de avond in de gay area, waar ik hem achterlaat…

ATW, Dag 5: Het volgende niveau

ATW, Dag 5: Het volgende niveau

Met weinig slaap in het vliegtuig check ik rustig in op Auckland. Enigszins gedesoriënteerd, wat voor dag is het vandaag (vrijdag), waar ben ik nu (NZ), waar slaap ik vanavond (Aus), ga ik op zoek naar een rustig koffietentje en wifi. Dat wordt het Novotel voor de aankomsthal, maar wifi lukt niet. Ik wil vast een slaapplek regelen voor als ik hier maandag weer terug ben, na een weekend in Sydney. Maar de $ 237 van het Novotel stuit me tegen de borst, te meer omdat ik alweer om 7 u vlieg naar Fiji (snap jij mijn reisschema nog?).

AirBnB

Op de publieke computer, vlak voor hun receptie, vind ik een aantrekkelijker optie, via AirBnB, voor € 40,-. Wel cynisch, ik denk dat de hotellerie echt een hoop omzet verliest aan AirBnB, want de site biedt vaak een aantrekkelijk alternatief. Totaal uit het niets wordt door deze start-up (en de copycats) een branche op z’n kop gezet.

Novotel is wel zo vriendelijk om mijn bagage een paar uur te bewaken, terwijl ik met alleen mijn skates op mijn rug, de bus naar de stad neem. Goeie service!

In Auckland city bestijg ik de Skytower, die 220 meter boven de stad uitstijgt en geweldige vergezichten geeft. Je kunt er ook van af springen, of zonder leuning over de buitenrand lopen. Ik weersta de verleiding.

Skates

De straten zijn inmiddels aardig droog, dus ik bind voor de eerste keer mijn skates onder en cruise nog wat onwennig door de straten. Wel lekker, ik hoop op droge straten in Sydney en als ik hier maandag weer terug ben. Een super manier om snel veel van de stad te zien en lekker sportief bezig te zijn. Ik ben nu al blij dat ik ze mee heb genomen, waar ik pas op het laatste moment toch toe besloot. Omdat ik een speciale skates-rugtas heb, is het relatief makkelijk meenemen. Terug op het vliegveld maak ik nog een paar extra rondjes over de parkeerplaatsen, lekker asfalt!

Toen ik in november besloot om deze trip te maken, gebeurde er iets grappigs. Al jaren lang volg ik programma’s van Tony Robbins, ik ben een groot fan. Het meest indrukwekkend was vorig jaar het programma Date with Destiny, samen met Wien, in California. We waren toen samen 12 dagen weg zonder kids, die thuis werden opgevangen en naar school gingen. Het was een fantastische life-changer voor ons, ook en vooral voor onze relatie. Echt top.

Business Mastery

Afgelopen november deed ik in London mee aan deel 1 van de training die ik nu ga meemaken: Business Mastery. Puur gericht om als ondernemer de volgende stap te zetten, omringd door ondernemers uit de hele wereld. En daar viel ik voor de verleiding van dit vervolgprogramma, op Fiji, volgende week. Al jaren had ik over dit programma en vooral deze locatie gehoord, waar Robbins een eigen resort exploiteert. Het schijnt het paradijs op aarde te zijn. Daar was ik natuurlijk benieuwd naar, ook door mijn eigen avonturen met de DroomBaanHotel-onderneming. Maar ja, Fiji, op 36 uur vliegen!
Dus besloot ik er een wereldreis van te maken, all the way. En in een vlaag van verstandsverbijstering droomde ik ervan dan ook helemaal voor de top te gaan, als ultiem symbool van mezelf het beste gunnen. Hoe zou het zijn om zo’n reis volledig in Business Class te vliegen??

Wow, een droom met consequenties, want dat betekende dat ik ver buiten mijn eigen grenzen van het acceptabele zou moeten stappen. En niet alleen financieel, maar ook qua overtuigingen. Want, in mijn ogen, was Business Class echt onbetaalbaar en alleen voor mensen die echt veel te veel geld hebben en het aan de verkeerde dingen willen uitgeven. Ik bleek er allerlei oordelen over te hebben. Misschien wel van huis uit, waar het regelmatig over ‘rijke stinkerts’ ging. Geld hebben was eigenlijk bij voorbaat verdacht en teveel geld sowieso niet in de haak. Dat was het referentiekader in ons gezin, wat het met zeven kinderen van mijn vaders politiesalaris moesten rooien.
En terwijl ik dat van huis uit mee heb gekregen, heb ik ook de wens om mezelf te upgraden, naar het volgende niveau. T. Harv Eker heeft interessante dingen geschreven over je financiele ‘blueprint’, wat je van huis mee krijgt en hoe lastig het is om daar uit te breken.

Verwennerij

Ik heb het gedaan. Ik reis deze trip volledig Business, en ik vind het heerlijk. Wat een verschil! Zo’n een verwennerij. Wat een heerlijk eten, wat een ruimte, wat een rust, wat een comfort! Door deze keuze zijn de vluchten die ik heb nu rustpunten in mijn reis, waar ik kan werken, relaxen, slapen, eten, drinken, genieten. In plaats van even doorbijten tot je er bent. Hoewel ik tot nu toe ook altijd prima heb gezeten in de economy. Maar dit is inderdaad echt een andere league. Heerlijk.

Ik heb er best mee geworsteld, durfde eigenlijk niet goed te vertellen aan mensen dat ik Business vloog. Mijn eigen oude oordelen speelde me nog continu op. Ik wil natuurlijk geen patser gevonden worden. Geen ‘rijke stinkert’. En zelfs het hier nu opschrijven vind ik nog steeds lastig.

 

Maar toch doe ik het, omdat het tegelijk wellicht ook kan inspireren. Ik geef mezelf echt een groot kado hiermee en heb al meerdere malen stiekem of zelfs hardop gegniffeld, van het genieten. Vandaag zelfs de stewardess gevraagd een foto van me te maken, in mijn cocon van Air New Zealand, waarbij de stoel tot volledig bed om te toveren is.
En eerlijk gezegd, de kosten vielen mee bij wat ik dacht dat het zou kosten. Business Class rond de wereld vliegen kost iets minder dan € 6000,- (wat natuurlijk nog steeds een heleboel geld is, maar het zijn zakelijke kosten, voor de training Business Mastery!!).

En ik ben blij met het zetten van deze volgende stap, want zo voelt het. Uitbreken uit het hardnekkige ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Doe eens gek: vlieg gewoon in drie weken de wereld rond, business class. Nog een koffie, met een glaasje Drambuie met ijs, graag. 😉

Ik besluit voor Sydney het hoteladvies van Erik, die ik morgen ga ontmoeten, te volgen. Vlak voor vertrek reserveer ik, vanuit het vliegtuig, telefonisch een kamer in het Kirketon. Een klein Boutique hotelletje in het uitgaansgebied.

Recensies

Als we een paar uur later landen, lees ik op Tripadvisor een flink aantal snijdende recenties over het hotel. Maar ook hele positieve. Ik denk dat deze reviews van gasten inmiddels het belangrijkste stuk informatie zijn waarop mensen hun keuze baseren. Ik wel in ieder geval. Vandaar dat ook een bedrijf als Zoover in Nederland, waar jaarclubgenoot Stephan de baas is, als een raket gaat. En dat ik continu boekingen voor het DroomBaanHotel krijg. Op Booking scoren we namelijk als een van de weinigen boven de 9.

Ik stap bij de verkeerde metro uit en moet zo’n twee kilometer lopen. Leuk om gelijk even een beetje wat van de stad te zien. Skyscrapers, brede straten, parken. De eerste indruk is perfect. In het hotel is het ook allemaal prima verzorgd. Een niet al te grote kamer, maar wel een heerlijk bed en mooie inrichting. Ondanks dat ik erg moe ben, besluit ik toch nog even het gekkenhuis om Kings Cross te gaan bekijken. Maar na twee biertjes in de Sugar Mill, een fantastische tent met groot roofterrace bar, besluit ik het de nacht te callen. Lekker slapen en morgen het Sydney leven in duiken. Ik val halverwege de film ‘The devil wears Prada’ in diepe slaap.

ATW, Dag 4: Intercontinentale zaken

ATW, Dag 4: Intercontinentale zaken

De laatste dag in Tokyo kan ik niet verprutsen, dus de wekker gaat wederom op vroeg. Ondanks dat ik nog laat aan het schrijven en Skypen was, het liep tegen 3.30 u, toch weer om 8.30 eruit. Ik bleek een aantal van de tips van vriend Daan, als steward bij KLM inmiddels Tokyo kenner, nog niet te hebben opgevolgd. Op weg naar Shibuya dus, om in de drukste Starbucks van de wereld, het krankzinnigste kruispunt ter wereld te overzien. Via de metro ben je ook daar met gemak, en bovengekomen is het inderdaad een gekkenhuis. Ken je dat beeld van dat Aziatische kruispunt, waar men met honderden tegelijk in één keer oversteekt? Links, rechts, en diagonaal. Daar dus.

LinkedIN contact

Om het gewoon maar te proberen, had ik mijn nieuwe LinkedIN contact Marc, die me gisteren aangaf dat een afspraak niet uitkwam, toch nog even een mail gestuurd. Zijn kantoor, een succesvol, door hem opgericht reclamebureau, is namelijk in de buurt waar ik nu ben. Misschien had hij tijd voor een koffie? Hij mailt me terug dat koffie niks wordt, maar ik kan aanhaken bij de lunch! Leuk!

Via Google maps laat ik me soepel sturen naar het adres, maar helaas zit er blijkbaar een bug in. Ik kom tien minuten verder uit. Na wat bellen en hulp van een lokale, vind ik het. Een heel cool kantoor, waar Marc met zijn mensen o.a. Red Bull, Heineken en AE (games) als zijn klanten mag rekenen. Ik tref Marc met vriendin en daar weer een vriendin van in een restaurantje vlakbij. Superleuk om van hen, Marc woont al 11 jaar in Tokyo, ervaringen te horen. Over het verschil tussen de Jappanner en de Chinees, het feit dat de economie door het dak gaat in Japan, minister Abe een nieuw soort bubble lijkt te creëren, met als (tijdelijk?) gevolg dat de Maserati in Tokyo is, wat de VW Golf voor ons is. 
Ik ben onder de indruk hoe hij dit als buitenlander dit bedrijf heeft opgezet. Misschien komt het wel door zijn open houding, waardoor hij mij als ‘vreemde’ gewoon even in zijn leven toe laat.

Merk opbouwen

Ik ben gefascineerd door Marc’s werk. Als ik hier in de straten rondkijk, zie ik tientallen wereldwijde merken in het straatbeeld. Alle grote retailers, maar ook een merk als Heineken, wat het grootste buitenlandse bier is van Japan. Zo knap om een merk te bouwen, wat echt de hele wereld over gaat. En dat soms, zoals in het geval van Red Bull en Heineken, geinitieerd door één man. Of Randstad, nog zo’n mooi voorbeeld uit Nederland. Randstad is mijn vorige werkgever, waarvoor ik zelf in Italië zat, en zij zitten ook in Japan. Volgens mij ken ik de huidige of voormalige Japanse baas, Marcel. Jammer dat het er niet van komt daar achteraan te gaan.

Natuurlijk mijmer ik ook over het internationale merk TalentFirst. Stel dat we de franchise wereldwijd zouden uitbreiden? Hoe groot moet je kunnen denken om zoiets te realiseren. Iets zegt me dat het kan, de tijd is er in steeds meer landen rijp voor. Fascinerend!

Monchi-San

Ik heb het druk, moet in een taxi springen voor mijn volgende afspraak: met Monchi, of Monchi San, zoals de Japannners er uit beleefdheid aan toevoegen. Hij is een contact van zwager Willem, die ons heeft gekoppeld. We treffen elkaar in de lobby van het Tokyo Grand Hyatt en gaan naar een laagdrempeliger barretje om kennis te maken, onder het genot van een biertje. Monchi laat zien wat hij doet: twee volstrekt verschillende businesses: een eco-friendly onderzetter en een hi-tec lichttoepassing. Ik vraag hem honderduit over alle ins en outs van zakendoen in Japan en zijn persoonlijke ervaringen. Hij vertelt dat de onderzetters de grootste business is. Een hotelketen in Japan neemt er een miljoen per maand van hem af, om in hun 500.000 Japanse hotelkamers neer te leggen. Wow. En dat is pas één klant!

Het Heineken biertje wat we drinken, wordt op een regulier viltje gepresenteerd. Ineens blijkt waarom wij samen op deze plek zitten: we beseffen dat het reguliere bierviltje 2 x zo duur is, niet eco afbreekbaar, niet tegen water kan en zwaarder is dan Monchi’s product. Ons gesprek komt ineens in een stroomversnelling als ik mezelf als zijn Europese  businesspartner voorstel. Met een grote smile belooft hij een prototype te laten maken, waarmee ik in Amsterdam naar Heineken ga. We nemen er nog één, op onze gezamelijke Bright Future!

Teug naar ‘huis’

Daar blijft het echter bij, want ik moet gaan. Terug naar ‘huis’, om mijn inmiddels ingepakte spullen te halen. In de mail zie ik ook een bevestiging van de Geluksprofessor in Sydney, die het leuk vind om elkaar te ontmoeten. Te gek! Een leuke, volle zaterdag voor de boeg. Mijn gastvrouw Marina vertelt dat ze op internet de DroomBaanHotel-appartementen had bekeken. Ze was onder de indruk. ‘Maar waarom slaap je bij ons, als je in je eigen hotel zoveel luxe hebt?’ vraagt ze vol onbegrip. Tja, het feit dat ik luxe appartementen verhuur, betekent niet dat ik er zelf persé in dezelfde luxe hoef te slapen. Dat voegt voor mij niet altijd evenveel toe. Ik lag prima, op mijn futon, in Marina’s Bed en Breakfast, voor € 60,- per nacht. ‘It’s different to rent out, or to rent for myself’, leg ik uit. Wat overigens niet betekent dat ik niet een keer in een heerlijk luxe hotel ga slapen. Maar niet vannacht, dan is een Boeing 767-300 van Air NewZealand mijn hotel, op weg naar Auckland, op het tweede continent van mijn reis.

Op het vliegveld lijkt dat er nog maar om te hangen, omdat ik veel te laat ben voor boarding en het benodigde visum voor Australie niet heb. Hals over kop dient dat te worden aangeschaft, waarvoor ik 100 euro moet omwisselen in cash Yen. Met een persoonlijke assistente, en met 70 euro overtollige Yen in mijn zak voor het volgende – onafwendbare – Tokyo bezoek, rennen we naar de gate, om als laatste passagier in te checken. Pfff.

Kiwi business

In het vliegtuig zit ik naast een aardige Nieuw Zeelander, die – geloof het of niet – in de Kiwi business zit. Dat wil zeggen: zijn bedrijf verkoopt 3,5 miljard stuks kiwi per jaar. Toch zegt hij: ‘We’re a marketing company’. De avond vult zich met interessante verhalen over zijn business en mooie weerspiegelingen op de mijne.

Ik start op mijn computer een gedachtenspelletje: wat nou als we ervan uitgaan dat TalentFirst een global brand is. Wat zou dan de manier zijn waarop dat tot stand is gekomen? Dat onderwerp, een paar glazen whiskey en een nasluimerende jetlag, houden me grotendeels wakker tot aan het ontbijt, waarmee we Nieuw Zeeland invliegen.

Pagina 5 van 7« Meest recente...34567