Snelle en rustige praters maken elkaar gek omdat ze op een ander tempo denken. De snelle prater denkt hardop en beslist onderweg. De rustige prater denkt eerst na en spreekt pas als de gedachte af is. Zie je dat verschil, dan kun je je tempo afstemmen zonder jezelf kwijt te raken.
Beide kanten hebben een blinde vlek. Als snelle prater hoor je jezelf praten, maar niet hoe je tempo bij de ander landt. Als rustige prater merk je niet dat jouw denkpauze voor de ander klinkt als twijfel.
Bij TalentFirst maken we dat gesprekstempo zichtbaar met You.Manual™. Je ziet daarin of jij in een gesprek van nature op het gas of op de rem staat. Eerst hoe het werkt.
Waarom botsen snelle en rustige praters in een gesprek?
Snelle en rustige praters botsen omdat ze op verschillende kanten van dezelfde as zitten. DISC is een gedragsmodel met vier stijlen: D (Dominant), I (Invloed), S (Stabiel) en C (Consciëntieus). Het kijkt naar zichtbaar gedrag, zoals hoe iemand praat en beslist.
Een van de twee assen in DISC loopt van extravert naar introvert gedrag. Extravert gedrag herken je aan snelle beslissingen, stellige uitspraken, veel variatie in de stem en makkelijk je mening delen. Introvert gedrag herken je aan weloverwogen beslissingen en zinnen die beginnen met "ik denk". Wie zo praat, luistert eerst en stelt vragen.
D en I zitten aan de extraverte kant. In trainingen noemen we dat de voet op het gaspedaal: actie en snelheid. S en C zitten aan de introverte kant, met de voet op de rem. Die kant zoekt reflectie en stabiliteit. Het motto van de C-stijl zegt het al: "Liever goed dan snel."
Geen van beide is beter. Een team heeft gas en rem nodig om veilig vooruit te komen. In een gesprek van twintig minuten voelt het alleen zelden zo.
Wat gebeurt er als het tempo in een gesprek niet klopt?
Als het tempo niet klopt, gaat de snelle prater harder duwen en trekt de rustige prater zich terug. Bij een D en een S zie je dat het scherpst. De D escaleert, de S sluit af. D en S horen bij de stijlparen die de meeste aanpassing van elkaar vragen.
Bij een I en een S gaat het zachter, maar het effect is hetzelfde. De I overweldigt de S met energie en ideeën. De S voelt zich niet gehoord. En de S zegt dat niet altijd hardop, want onenigheid vermijdt die liever.
Tussen een D en een C botst vooral het beslistempo. De D wil nu doorpakken. De C wil eerst alle informatie hebben. Onder druk gaat de C juist langer analyseren.
De snelle prater leest stilte vaak als instemming, of als gebrek aan mening. De rustige prater voelt zich overstemd als die stilte meteen gevuld wordt. Allebei hebben ze een verhaal over de ander dat niet klopt. Wie wil snappen hoe je iemands stijl herkent, leest mensen lezen met DISC.
Hoe pas je je tempo aan als je zelf snel praat?
Als snelle prater pas je je tempo aan door ruimte te maken, ook als dat onwennig voelt. De basis is de Platinum Regel: behandel de ander zoals die behandeld wil worden, niet zoals jij dat zelf prettig vindt. Meer daarover lees je in wat is de Platinum Regel.
Bij een S betekent dat: rustig blijven en tijd geven om na te denken. Veranderingen breng je stap voor stap. Stuur je vraag of voorstel liever vooraf op schrift. Dan komt de S voorbereid binnen en hoeft die niet ter plekke te beslissen.
Bij een C betekent het: kom met feiten en details, en geef tijd voor analyse. Leg één punt tegelijk op tafel. Een C die tien vragen stelt, is gewoon aan het werk.
Stel een vraag en laat de stilte daarna even staan. Voor een snelle prater is dat de moeilijkste oefening van allemaal. Het antwoord komt vaak net nadat jij de neiging had om verder te praten.
Hoe pas je je tempo aan als je zelf rustig praat?
Als rustige prater help je het gesprek vooruit door eerder te zeggen waar je staat. Bij een D werkt kort en bondig het best. Begin met je conclusie en geef keuzes. Details bewaar je tot de ander erom vraagt.
Bij een I werkt het om mee te bewegen met de energie. Geef ruimte voor het gesprek, reageer op ideeën en toon enthousiasme waar je dat voelt. Plannen maak je daarna samen.
Handig voor elke rustige prater: benoem je denktijd hardop. "Daar wil ik even over nadenken, ik kom er morgen op terug." Dan weet de snelle prater dat je stilte geen nee is. Voor een S hoort daar ook bij: je mening op tijd uitspreken, ook als dat spannend voelt.
Moet je je tempo helemaal aanpassen aan de ander?
Nee, je past je tempo aan zonder de ander te imiteren. Je schuift met tempo en toon, maar je blijft wie je bent. Een S hoeft niet als een D te gaan praten om gehoord te worden.
In de praktijk ontmoet je elkaar ergens in het midden. De snelle prater remt een beetje af, de rustige prater geeft een beetje gas. Wie dat bewust doet, merkt dat een gesprek soepeler loopt. Bij een botsend werktempo op de werkvloer helpt ook wat er speelt als je collega traag lijkt. Het omgekeerde lees je in de collega die de hele dag praat.
Hoe ontdek je welk gesprekstempo bij jou hoort?
Je eigen tempo ontdek je het best door het van buiten te bekijken. Je hoort je eigen stem elke dag, en juist daardoor valt je tempo je niet meer op. In je You.Manual™-gedragsprofiel lees je hoe sterk jij op D, I, S en C scoort. Zo zie je of het gas of de rem jouw vertrekpunt is.
You.Manual™ is gebouwd op DISC en gaat vijf stappen verder. Naast je gedragsprofiel krijg je inzicht in je mindset, je zelfvertrouwen, je personal branding en je toekomstkompas. Er hoort een eigen AI-coach bij, die je vóór een lastig gesprek kunt vragen hoe je jouw tempo op de ander afstemt. Wil je zelf aan de slag, kijk dan bij het You.Manual™-programma.
Denk eens aan het laatste gesprek dat stroef liep. Wie stond er op het gas, en wie op de rem?
