Goede zelfreflectievragen gaan over je gedrag in een concrete situatie: wat deed je, en wat kostte het je? Hieronder vind je vragen per DISC-stijl en per drijfveer. Kies de vragen die schuren, want daar zit de winst.
Een vraag als "wie ben je eigenlijk?" levert weinig op. Die is te groot. Je staart naar een leeg vel en schrijft iets op wat je toch al wist. Een vraag als "wanneer werd je vorige week ongeduldig, en waarom?" werkt wel. Die dwingt je terug naar een moment dat echt gebeurd is.
Bij TalentFirst leggen we zulke vragen graag naast You.Manual™, onze doorontwikkeling van DISC. Een spiegel op papier maakt eerlijk antwoorden een stuk makkelijker. Wat dat precies toevoegt, lees je verderop in dit artikel.
Wat zijn zelfreflectievragen?
Zelfreflectievragen zijn vragen die je jezelf stelt om je eigen gedrag en je motivatie beter te begrijpen. Ze werken het best als ze kort zijn en naar een echt moment verwijzen. Je beantwoordt ze schriftelijk, liefst een paar weken achter elkaar.
DISC helpt om die vragen gerichter te maken. DISC is een gedragsanalysemodel dat vier gedragsstijlen beschrijft: D (Dominant), I (Invloed), S (Stabiel) en C (Consciëntieus). Het brengt in kaart wat anderen van je zien. Iedereen heeft alle vier de stijlen in zich, meestal met één voorkeursstijl die het vaakst zichtbaar is.
Met welke vragen begin je?
Begin breed, met vijf vragen die voor elke stijl werken. Neem er een week de tijd voor en schrijf je antwoorden op.
- Bij welke taak vergat je deze week de tijd?
- Welk gesprek stelde je uit, en wat hield je tegen?
- Waar kreeg je een compliment voor dat je zelf niet bijzonder vond?
- Wanneer reageerde je anders dan je achteraf had gewild?
- Wat zou een collega die je goed kent over je eerste antwoord zeggen?
Die laatste vraag is de belangrijkste. Zelfreflectie gaat over hoe jij jezelf ziet, en dat beeld heeft altijd een blinde vlek. Daarover meer in Je sterke punten ontdekken.
Welke zelfreflectievragen passen bij de D-stijl?
De D-stijl wil resultaat en neemt snel besluiten. Daar zit ook de valkuil: onder druk kan de D ongeduldig of intimiderend overkomen. De grootste angst is controle verliezen. Deze vragen kijken precies daar.
- Wanneer nam je deze week een besluit voordat iedereen uitgesproken was?
- Bij wie had je meer geduld kunnen tonen?
- Welke taak deed je zelf, terwijl een ander die prima had gekund?
- Wanneer voelde je dat je de controle kwijtraakte, en wat deed je toen?
- Wie in je omgeving durft jou tegen te spreken?
Welke zelfreflectievragen passen bij de I-stijl?
De I-stijl draait om mensen en inspiratie. Enthousiasme is de motor. Afmaken is lastiger, net als details. Wie veel I heeft, vreest vooral afwijzing, en onder druk wordt het al snel chaotisch.
- Welk plan begon je vol vuur en ligt nu stil?
- Wanneer zei je ja, terwijl je eigenlijk nee bedoelde?
- Hoeveel ruimte gaf je in je laatste overleg aan de stilste persoon?
- Wat doe je als een idee van jou niet wordt opgepakt?
- Welke afspraak kwam je later na dan je had beloofd?
- Van wie wil je eigenlijk nog steeds een compliment?
Welke zelfreflectievragen passen bij de S-stijl?
Harmonie staat voorop bij de S-stijl. Loyaal en geduldig, en vaak een goede luisteraar. Maar nee zeggen is lastig, en snelle verandering voelt onveilig. Onder druk trekt de S zich terug of wordt juist koppig.
- Wanneer hield je je mening voor je om de rust te bewaren?
- Welke verandering stel je al een tijd uit?
- Voor wie deed je deze week iets wat eigenlijk niet bij jou hoorde?
- Bij wie voel je je veilig genoeg om echt te zeggen wat je vindt?
Welke zelfreflectievragen passen bij de C-stijl?
"Liever goed dan snel" is het motto van de C-stijl. Analytisch en grondig, met een scherp oog voor kwaliteit. De grootste angst is fouten maken. Onder druk kan de C perfectionistisch of besluiteloos worden door te veel analyse.
- Welk werk hield je vast omdat het nog niet perfect was?
- Wanneer was tachtig procent goed genoeg geweest?
- Welke kritiek op je werk bleef het langst hangen, en klopte die?
- Met wie deelde je deze week niet wat je dacht of voelde?
- Welke beslissing stelde je uit omdat je nog meer informatie wilde?
Welke zelfreflectievragen gaan over je drijfveren?
DISC beschrijft het "hoe" van je gedrag. Drijfveren beschrijven het "waarom": de motivatie die onder de waterlijn ligt. TalentFirst werkt met zeven drijfveren. Hoe ze in elkaar zitten, lees je in De 7 drijfveren. Per drijfveer één vraag:
- Esthetisch: wanneer zag je deze week iets moois, en wat deed dat met je energie?
- Economisch: welk werk voelde als echt rendement?
- Individualistisch: waar wilde je het liefst op je eigen manier werken?
- Politiek: waar wilde je meer invloed hebben dan je nu had?
- Dienend: voor wie was je deze week echt van betekenis?
- Ordenend: welke afspraak of welk principe vond je zo belangrijk dat je ervoor opkwam?
- Theoretisch: wat wilde je deze week tot op de bodem begrijpen?
Merk je dat een vraag je koud laat? Ook dat is informatie. Een drijfveer die je weinig zegt, hoort er net zo goed bij als een drijfveer die je raakt.
Hoe gebruik je je antwoorden?
Je antwoorden worden pas waardevol als je er patronen in ziet. Lees na drie weken alles terug en zoek naar wat steeds terugkomt. Kijk vooral naar wat je energie gaf en wat je energie kostte.
In een DISC-rapport heet dat de energielijn, een lijn bij 50 in de grafiek. Gedrag boven die lijn levert je energie op. Gedrag eronder kost je energie. Je antwoorden laten vaak hetzelfde zien, maar dan in je eigen woorden. Meer daarover in Energiegevers en energievreters.
Hier helpt een tweede bron. In je eentje kies je snel de vragen die prettig voelen. Met You.Manual™ heb je een profiel dat je antwoorden kan bevestigen of tegenspreken. Het is gebouwd op DISC, vijf stappen verder: je gedragsprofiel plus mindset, zelfvertrouwen, personal branding en een toekomstkompas. Een eigen AI-coach denkt met je mee over wat je antwoorden betekenen. Je start via het You.Manual™-programma.
Herken je niet alles uit een profiel? Dat is normaal. Rond de tachtig procent herkenning is gebruikelijk. Juist dat stuk dat niet klopt, is een mooie nieuwe reflectievraag.
Hoe vaak stel je jezelf deze vragen?
Een vast ritme werkt beter dan een grote sessie. Kies elke vrijdag drie vragen en schrijf tien minuten. Na een maand heb je een stapel antwoorden die meer zegt dan een middag piekeren.
Je basisstijl is je natuurlijke gedrag als je geen rekening houdt met anderen. Die ligt rond je 25e grotendeels vast. Je gedrag in een nieuwe rol of situatie kan wel verschuiven. Stel de vragen daarom opnieuw na een grote verandering, zoals een nieuwe baan. Wil je je antwoorden omzetten in iets wat anderen kunnen lezen? Kijk dan naar De gebruiksaanwijzing van jezelf.
Welke vraag uit dit artikel sla je het liefst over?
