Reisverslag

ATW: Dag 19 – Do you know the way to San Jose

Als we het Amerikaanse luchtruim invliegen is de nacht voorbij gevlogen.
“Where you’re heading, Huub?” vraagt een van de BM buddys bij het uitstappen. 
“I’m still making up my mind.” antwoord ik. Ik weet het nog niet.

Buiten besluit ik dat ik geen zin heb om L.A. in te gaan, om dan morgen weer door te vliegen naar het noorden. Teveel gedoe.
Dus besluit ik direct een vlucht door te pakken naar San Francisco.
Ik loop naar de terminal van mijn favoriete airline: Southwest Airlines, maar helaas is er pas vier uur later plek naar San Francisco. Ik besluit toch maar naar San José te vliegen, waar mijn zwager en schoonzus met mijn twee nichtjes wonen.

Bij Southwest voel je je thuis, het bedrijf heeft een familiare cultuur. Jaren geleden las ik het boek ‘Nuts’, waarin oprichter Herb Kelleher uitlegt waarom hij de medewerker en zijn of haar houding zo belangrijk vindt. ‘Employee first’ is hun motto. Je merkt het als je met ze reist, de mensen zijn veel meer dan elders, ‘present’ en ‘alive’.

In San Jose neem ik de taxi, maar tref de familie helaas niet thuis. Door de tuindeur sneak ik de tuin in, om in het zonnetje een uiltje te knappen. Na 1,5 uur zie ik iemand in huis en klop op de deur. Het blijkt de buurman te zijn van mijn familie, die overigens wel gewoon thuis waren. Ik heb per ongeluk in de verkeerde tuin liggen slapen. Een geluk dat mijn poging om het huis in te komen via het raam, niet lukte!

Een heerlijk avondje in de tuin volgt, waarin zelfs nog een vriendin van de familie inhaakt die getriggerd is door mijn werk. We bedenken dat de DroomBaanReis in het DroomBaanHotel eigenlijk heel makelijk op andere plekken in de wereld te realiseren is, omdat je het gewoon in een bestaand hotel of huurappartement kan doen! 
Ze houdt zich aanbevolen als Friendchisee overseas!

Ik besluit morgen een dagje Great Places to Work te doen, bij bedrijven in The Valley. Met een LinkedIN zoektocht naar leuke ingangen besluit ik de dag.

ATW: Dag 18 – De after party en het drama

Hoewel het event afgelopen is, zit het venijn natuurlijk in de staart. Ook nu. Ik heb mezelf getrakteerd op een nacht verblijf in een superluxe resort, gewoon om het een keer mee te maken. En om te leren voor het DroomBaanHotel, hoe het nog beter kan. Mijn keuze is niet gevallen op Tony’s eigen superluxe resort Namale, maar op het eiland wat daar tegenover ligt: Savasi Island.In een van mijn spijbeluurtjes ben ik daar al eerder terecht gekomen voor een lunch, die ik onverwacht kon delen met Paul, de Australische eigenaar van het resort. We hadden een geanimeerd gesprek van een uur, onder andere over zijn nieuwste project verderop op het eiland, waar hij maar liefst drie hotels/ resorts ontwikkeld. Die ontmoeting, en het feit dat de meeste van de externe sprekers op Tony’s event ook dit resort verkiezen, bepaalt mijn keuze voor mijn laatste Fiji nacht.

Laatste ochtend

Mijn laatste ochtend die ik in het huis van Elle logeer, sta ik wederom op met een rondje hardlopen. Ik pak mijn tas in en nodig Elle uit voor een koffie in het stadje, zodat ik kan pinnen en kan afrekenen. We brengen het dartboard – wat ik via Elle geleend had, als gadget voor ons team Bull’s eye – terug naar de Planters Club. Deze societeit van kokosnoot-planters is ooit opgericht door de grootvader van Elle, dus ze heeft er nog wat in de melk te brokkelen.

Bij de koffie vertelt Elle me wat fascinerends. Ik was al onder de indruk van het grootgrondbezit van Tony, die zijn paradijs met Namale en het conferentiecentrum, heeft gebouwd op 300 hectare eigen grond. Bij de lunch vertelde Paul van Savasi Island, dat hij zijn nieuwe project op 600 hectare eigen grond aan het bouwen is, 20 km verder op het eiland. Baas boven baas, dacht ik nog. En nu vertelt Elle me, dat zij met haar familie 1.800 hectare grond bezit, nog eens 20 km verder. De oude kokosnoten plantage van haar grootvader!

Ze vertelt me over haar droom: het ontwikkelen van een centrum voor ouderen, die op Fiji kunnen genieten van hun oude dag! Ze heeft er allerlei beelden bij, maar geen idee hoe het te realiseren. De film ‘The fantastic exotic Marigold hotel’, die ze al wel drie keer gezien heeft, is haar droombeeld. Een ideale plek voor ouderen, om in rust te genieten.

DroomBaanHotel

Ik denk met haar mee, vertel haar over de manier waarop ik het DroomBaanHotel gefinancierd heb (met hulp van 15 individuele financiers) en hoe zij het zou kunnen doen. Ze is helemaal enthousiast.

Ondertussen schuift op de tafel naast ons het winnende team van het event aan, druk in overleg over hun tandartsenkliniek. In hun gezelschap is ook Paul, de Savasi man! Hij denkt mee een heeft aangeboden de kliniek op zijn land te laten bouwen. Ik wil graag meedenken met Elle, en ze koopt de Marigold film voor me, bij de plaatselijke bootleg videotheek, ter inspiratie. We nemen afscheid, een taxi brengt met naar Savasi Island, onder de afspraak contact te houden.

Ik heb niet zuinig gedaan. Mijn onderkomen is van alle gemakken voorzien. Niet alleen een grote slaapkamer, een badkamer en een keuken, maar ook nog een extra woonkamer. Maar het mooiste is het eigen zwembad, met uitzicht over de oceaan. Hoe luxe wil je het hebben, in je eentje?

In het resort kom ik al snel allerlei andere deelnemers tegen, waaronder Yash en Catherine, die een bedrijf samen runnen vanuit Glasgow (zij) en Australie (hij).

De dag gebruik ik vooral voor mezelf, om alle inzichten van het event te laten bezinken en uit te werken. Daar is dit de ideale plek voor, in het zonnetje, over zee uitkijkend.

Diner

‘s Avonds hebben we een heerlijk diner, waar we met een groep event deelnemers aanschuiven: Yash, Catherine, Martin (uit Duitsland), Ivana (uit Kroatie), Laureen (Australie), Alvin en Mariette (Nederland) en Paul, de eigenaar. Het wordt een ouderwets dolle avond met goeie gesprekken, drank en keten. Als Ivana vertelt dat ze onlangs jarig was, besluiten we haar verjaardag opnieuw te vieren. Champagne! Enzovoort enzovoort.

De volgende dag is druilerig en ik laat me er niet door belemmeren bij het genieten van mijn paradijsje.

Snorkelen

Als ik, in de regen, met flippers en snorkel de oceaan in ga, kom ik in een hachelijk avontuur terecht. Het springtij zorgt voor hoge golven, die – als je te ver uit de kust gaat – je vervaarlijk op het koraalrif kunnen smijten, wat daar maar net onder het wateroppervlak ligt en zeer scherp is. Als je eenmaal in het diepe bent, kom je eigenlijk niet meer terug zonder gevaar.

Ik worstel en kom boven, en voorkom ternauwernood dat ik me verwond aan het scherpe koraal. Eén flipper gaat uit, maar kan ik weer snel aantrekken. Ik laat me meevoeren naar een heel stuk verderop waar de golven geen kracht meer hebben. Daar krijg ik weer veilge grond onder de flippers. Het is goed afgelopen, denk ik op dat moment.

Als ik even later naar de lunch loop, ontdek ik echter het drama. Ik moet in het water mijn trouwring zijn verloren!! OMG, nee!! Mijn prachtige trouwring, mijn symbool van verbondenheid en liefde met Wien. Paniek!

Het is echter onvermijdelijk. Ergens tussen het koraalrif, voor Savasi Island, bij Savusavu, Fiji, ligt mijn trouwring voor de eeuwigheid te schitteren op de bodem van de oceaan.

Herkenning

Als we de terugreis aanvaarden, is het een feest van herkenning. Bij de eerste vlucht, van Savusavu naar Nadi (het hoofdvliegveld van Fiji), is het mini-vliegtuig volledig gevuld met Business Mastery deelnemers. De vlucht naar Los Angeles zeker voor de helft!
Ik schuif op stoel 1B aan, naast Tony’s eerste assistent Scott.

Als de happy Business Mastery family in grote verbondenheid – en vast van plan terug te komen – het prachtige Fiji verlaat, zet de nacht in.

We vliegen de Pacific in oostelijke richting over en terwijl ik dit schrijf, krijgen we er allemaal een vakantiedag. We passeren de datumgrens.

ATW: Dag 16 – Springen!

De vijfde dag van het event hier in Fiji is voor mij de mooiste. Hij begint fabelachtig: in de jungle wakker worden met alleen het geluid van de vogels en andere dieren. Om kwart over zes sta ik buiten. In de ochtendschemer wandel ik naar de waterval. Een fantastische plek midden in het woud. Naakt neem ik een duik en douche ik mezelf onder de dikke overvloedige stralen, die over de rotsen boven me, op me neer storten. Nog geen half zeven en deze dag kan al niet meer stuk.

Om zeven uur heb ik afgesproken om hard te gaan lopen, met David en Yash. We lopen rustig de bossen in, een klein rondje steil de bergen op, waarbij we nog wat kunnen praten over leven en werken in Angolo en waar we denken dat de wereld naar toe gaat. Tot het te steil wordt en we moeten zwijgen. Na een half uurtje haak ik af, zij doen nog een tweede ronde. Er is nog bijna niemand wakker op het eventterrein, waar ook de Wasawasa Inn en de Wasawasa Lodge zijn. Ik neem een duik in het zwembad, met uitzicht op de oceaan.

All in

Het programma begint om 9.30 u en ik zorg dat ik dit keer op de eerste rij zit. Vandaag ga ik all in! We pakken door op het onderwerp van gisterenavond: wat het allemaal kan verpesten: de value chain in je organisatie. Kort uitgelegd: bij alles waarmee je in je bedrijf waarde voor je klant toevoegt, zijn allerlei schakels nodig die elkaar opvolgen: de value chain. En de ketting is zo sterk als de zwakste schakel, die altijd bestaat uit twee partijen, de supplier en de receiver.  We denken na over hoe dat in onze bedrijven werkt en misgaat.
Ik bestudeer mijn eigen situatie waarin ik mijn collega’s met matig succes probeerde te enthousiasmeren om in actie te komen voor mijn theaterevenement Thank God It’s Monday. Ik zie dat email misschien efficient lijkt, maar vaak niet effectief is. En dat ik als supplier van een verzoek, informatie, een behoefte, heel wat heb laten liggen. Ik realiseer me ook dat we met elkaar afspraken nodig hebben over commitment en samenwerken, op basis van vertrouwen en respect. Daar kunnen we een nieuwe standaard in gebruiken, om heel veel frustratie te voorkomen.

I like that name

Voor het eerst in vijf dagen steek ik mijn hand op om dit in ge groep te delen. Tony geeft me het woord. Als ik mijn flipoverpapier, waarop ik het proces heb getekend, laat zien, vertel ik over de theatershow ‘Thank God It’s Monday’. “I like that name!”, zegt Tony. Het voelt gelijk vertrouwd om voor de groep mijn case uit te leggen. Daar voel ik me thuis!

Ik deel met de groep wat ik op het internet las. Een van de Great Places to Work in Amerika, heeft thuiswerken afgeschaft. Verboden. Omdat het veel beter werkt met elkaar in de buurt te zitten. Tegelijk vraag ik of iemand nog contacten bij Facebook heeft, want het lijkt me geweldig daar binnen te kijken als ik de komende dagen in Californie ben.
Tony zelf heeft een ingang waar hij me mee kan connecten. Da’s de hoofdprijs!

Actie

Na een dinerbreak, waarin ik met de Engels-Indische Manisch nog eens naar de waterval wandel, is het tijd voor ons actieplan. Als we daarmee aan het werk zijn, vraag ik Tony of hij interesse heeft om meer te weten over ‘Thank God It’s Monday’. Misschien past een deel ervan in zijn Business Mastery programma. Dat heeft hij, hij vraagt me een DVD op te sturen! Cool!

De dag zit er bijna op, op twee finales na. Als eerste de uitverkiezing van het beste en beroerdste team. Alle deelnemers zijn in teams ingedeeld met de uitdaging om zoveel mogelijk waarde voor de totale groep toe te voegen. Wij zijn team Bulls Eye, met een website waar je je doel op kunt delen met elkaar. We hebben ons behoorlijk geprofileerd, vooral dankzij de Nieuw Zeelandse Andrew en de Zuid Afrikaanse Jaco uit ons team, die continu ‘Bulls Eye’ schreeuwde, als Tony of een andere spreker iets waardevol zei. Dat werd behoorlijk irritant…

En het horrorscenario speelt zich af: wij worden verkozen tot de losers, of in Tony’s woorden: the learning team!!! Jaco en Andrew zijn verbijsterd. Als straf krijgen we een erg vies drankje te drinken en moeten we publiekelijk reageren op het debacle.

Magische afsluiter

Voor de tweede finale moeten we naar buiten, en met zwemvest en wetsuit in klaarstaande bussen. Onder het licht van de sterren, springen we – 20 minuten verderop – allen van een brug een snelstromende rivier in. 125 ondernemers uit 30 landen, drijven twee kilometer over een rivier, slechts verlicht door een glowstick. Dolle pret, genieten en dankbaarheid voor een prachtige training. Een magische afsluiter!

We drijven door tot een meer, waar boten ons oppikken en terug naar de bussen brengen. Met chocolademelk en snacks stappen we als schoolkinderen terug in de bus.

Terug op het conferentiecentrum staan lange tafels klaar voor het diner en maakt een lokaal groepje muziek. Zij zitten in een kring rond een grote kom Cava, het beroemde Fiji drankje, wat een licht verdovend middel is en daarom razend populair. Het smaakt naar modderig water, maar hoort er natuurlijk bij op deze avond!
Er wordt nog een veiling gehouden, waar uiteindelijk 50.000 dollar wordt verzameld om een tandartskliniek op te zetten op dit eiland. Een prachtige actie, van het team wat geheel terecht gewonnen heeft!

Tegen half één stap ik in een bus terug, moe en voldaan, na een week waar ik heel veel geleerd heb. Ik kan niet wachten om er mee aan de slag te gaan. Maar voordat het zover is, wachten nog wat avonturen in Californië.

ATW: Dag 15 – In de jungle

Picture this. Zojuist ben ik, vanaf de plek waar ik al vier dagen intensief aan het studeren ben, de wildernis ingelopen, onder het licht van de volle maan. Supermaan, zelfs, want gisteren was de maan het dichts bij de aarde sinds jaren. Het geeft een vreemd soort schemerlicht.

Ik volg een pad, wat een donkerder stuk inleidt onder de bomen. Ik sla rechtsaf om een beekje over te steken, springend over de daarin liggende stenen. Aan de overkant sla ik links een bergweggetje in, waarop na een flauwe bocht een zijpaadje is, met de resten van een zwart hek. Door de drassige grond loop ik het steile stuk op naar boven, over gras verder de bush in. Na waar een flauwe bocht, doemt een klein huisje op, wat mooi beschut achter weelderige bossen ligt, met uitzicht over de vallei. Ik hoor alleen het ruisen van het beekje onder me, en verderop vaag geklater van de waterval. Ik heb het gevonden. Met  mijn sleutelbos open ik de voordeur van mijn slaapplaats voor vannacht.
En dat gewoon geboekt via AirBnB.

Ondergedompeld

Hier zit ik, na vier van de vijf dagen volle dagen ondergedompeld te zijn in Tony Robbins. Morgen de laatste intense dag, waar het allemaal samen moet komen en die we gaan afsluiten met een sprong van een hoge brug in een snelstromende rivier.

Twee weken inmiddels sinds mijn vertrek uit Nederland. Tony’s training is heftig, vooral door de lange uren die we draaien. Vandaag ook weer tot 23.30 u. We houden het vol, door de energie die de inhoud afwisselt. En zou het dan echt helpen, dat het maar 19 graden in de seminar ruimte is en we weinig eten en heel veel water drinken? Houd je het dan inderdaad langer vol?

Er wordt heel veel stof behandeld, van salesoptimalisatie, tot cutuur, via marketing, naar financieel beheer en accountancy. Maar wat ik bovenal interessant vind zijn de deelnemers. 125 ondernemers uit de hele wereld, met de meest uiteenlopende business. Hendrikus, een Nederlandse hippie van 60, met een miljoenen tuinarchitectenbedrijf op Hawaii. Drie Australische broers met een groot restaurant en vier broers met een bouwbedrijf. Fred, die een innovatieve sandwichfranchise in de US uitrolt. David, voorziet Angolo van mobiele telefoos. Yash, software bouwer uit Australie. Laura voorziet Amerikaanse kantoren van alle bekabeling. April, mede-eigenaar van een eventorganisatie. Frans, fruitimporteur uit Polen.

Nieuwe werelden

Niet zelden ondernemers die op hele grote borden schaken, met giga omzet en winst en cash. Het geeft mij zicht op werelden die ik nog niet ken. En ik moet zeggen: het went om mensen te horen praten over miljoenen omzet, soms honderden miljoenen. Omzet of winst. Inspirerend!

Af en toe ben ik er een uurtje uitgestapt, waarmee ik een uitzondering was. Om avonturen te beleven buiten die koude zaal. Zwemmen in de oceaan, een rondje hardlopen, een wandeling door de jungle, lunch met de eigenaar van een resort. Soms ging ik wat minder hard mee in de rollercoaster. En op andere momenten stond ik zelf het hardst te springen en mee te zingen met ‘Life will never be the same’ van Haddaway, of met ‘We found love’ van Rihanna. Want energiemanagement gebeurt met humor, rock and roll, maf doen en beweging.

Fiji

Buiten is het is zeker niet continu snikheet, soms zelfs fris. En uit de bewolking valt af en toe een buitje. Witte stranden zijn hier eigenlijk nauwelijks te vinden. Het is geen standaard Bounty-eiland en toch is het een heerlijke plek. De weelderigheid van de natuur, met palmbomen, tropische bossen en de oceaan is schitterend. Maar het meeste indruk maken de mensen. De Fijians zijn echt aardig, zonder het te spelen. Daardoor heb je heel makkelijk en leuk contact met iedereen. Het helpt dat ze Engels als eerste of tweede taal hebben.

In de stilte van de jungle ga ik slapen, me voorbereidend op een vroege wekker. Ik ga bij zonsopkomst naar de waterval, voordat de laatste Tony-dag losbarst.

ATW: Dag 12 – Tony gaat los

Stukje rennen, smoothie, broodje. Even de mail checken van vannacht en dan op de scooter er vandoor. Vandaag start het programma echt en ik wil er op tijd zijn.

In het stadje nog even slippers kopen en in de hete ochtendzon over het eiland, op weg naar Wasawasa.

De deuren gaan open

Als ik er om vijf over negen aankom, staat het grootste deel van de groep al te wachten voor de deur. Iedereen wil vooraan zitten. Als de deuren opengaan, barst de energie los. De ruimte, die is ingericht op zo’n 200 man (wij zijn met 125 personen), is van alle technische gemakken voorzien en vooral ook uitgerust met een kick-ass geluidsinstallatie.
Dansers op het podium, knallen met de muziek, trampolines om op te springen. Alles om de energie hoog te houden van vrijdagochtend tot en met dinsdagavond.

Als Tony on stage komt gaan we los. De rollercoaster vertrekt…

ATW: Dag 11 – Slippertjes

De dagen beginnen op elkaar te lijken, want ook deze dag start ik met een rondje rennen om 7.00 uur. Nu de berg op, vlakbij mijn huis, naar een weggetje met een 360 graden uitzicht. Aan beide kanten de oceaan, omdat we op een landtong zitten. De eigenaren van de plantage geven geen toestemming om er doorheen te steken, maar van het uitzicht genieten mag wel. Hele groepen kinderen en ouderen komen een ander paadje af, de kids in schooluniformen. Het zijn Indiërs uit het nabijgelegen dorp. De melting pot bevolking hier bestaat voor ongeveer de helft uit Indiers.

Geld verdienen

Ik ontdek dat ik vannacht wat geld heb verdiend, door provisie op verkopen uit een webinar wat ik heb gepromoot. Mooi!

Na een ontbijtje, met een lekker smoothie, zit ik in dubio. Zal ik verhuizen naar het andere huis van Elle, wat dichtbij het event is, maar in the middle of nowhere, zonder stroom en internet? Of moet ik toch gewoon ook in zo’n resort gaan zitten, wat meer onder de mensen?

Ik pak de lonely planet er nog eens bij en het aanbod in de verschillende faciliteiten van Tony Robbins: het beste aanbod is zijn eigen resort Namale, maar de prijzen daar zijn echt exorbitant (€ 1.680 per nacht!!). Zelfs het tweede en derderangs aanbod is nog veel duurder dan ik uit wil geven (€ 200 per nacht voor een gedeelde kleine kamer). Het is me duidelijk dat Tony’s Fiji model ook gericht is op geld te verdienen.

Scooter huren

Ik besluit in ieder geval niet in het andere huis te trekken en een scooter te huren om de resorts van Tony te bekijken. De registratie voor het event is ook daar.

Een scooter huren gaat echter zo maar niet. Ik heb mijn rijbewijs niet bij me, en dat is verplicht. ‘It’s the law here’, zegt de dame van het verhuurbedrijf. Ik bedenk me dat er volgens mij nog een hoop belangrijkere dingen hier per wet te regelen zijn. Mijn verweer dat je in mijn land geen rijbewijs nodig hebt, is tevergeefts. Geen scooter.
Op straat kom ik de taxichauffeur tegen die me net bij de verhuur heeft afgezet: “What happend with the scooter?” vraagt hij. Hij stuurt me naar de andere verhuurder die wat makkelijker is.
Het werkt. Als de tweede verhuurder om mijn rijbewijs vraagt, laat ik mijn American Express kaart zien, waarvan mijn naam keurig wordt overgeschreven. Weet hij veel hoe een Nederlands rijbewijs eruit ziet.

Op mijn scooter bij Tony’s Namale Resort en Spa aangekomen, word ik ontvangen met een serenade, een krans en een cocktail! “Bula!” Een warm welkom werkt!
Na wat plichtplegingen rijd ik verder, zo’n tien kilometer deze kust explorerend. Mooie privé eilanden, met witte stranden!

Ik keer om en rijd naar het Wasawasa conferentiecentrum. Door Tony neergezet op zijn 300 hectare grond, speciaal voor zijn events, met de twee basic accomodaties erbij. De heuvel oprijdend slip ik weg, waardoor ik mijn voet en knie openhaal. En mijn Reef slipper sneuvelt. Als ik bloedend de berg op rijd, kom ik twee Nederlandse dames tegen, die ik nog ken van Tony’s event in London, november 2012. Ze helpen me in hun hotelkamer de boel schoon te maken en te ontsmetten. Een erg kleine hotelkamer…

Dankbaar voor hun hulp verken ik de premisses. De zaal voor het event is ijzig koud. Da’s gebruikelijk bij deze events. Het houdt je wakker, gedurende de 12 tot 15 uur programma’s. Brrr.

Bula

Ik kan aanschuiven en integreren met wat deelnemers bij de lunch. Met gevulde maagweer terug naar het dorp. Nieuwe slippers kopen. En nog wat omgeving verkennen. Het is ongelooflijk hoe vriendelijk de mensen hier zijn. Nog nooit zo vaak en vriendelijk gegroet op straat: “Bula!!”

Terug thuis vertelt Elle nog wat inside verhalen over de onroerend goed markt op het eiland. Ook wat smeuiige verhalen over Tony Robbins’ aankopen van zijn land, tovert ze uit de oude doos. Vermakelijk.

Tegen 19 uur ga ik weer terug naar Wasawasa. 
In het dorpje waar ik doorheen rijdt is het druk en branden grote vuren onder pannen op het plein. Ik stop om te vragen waarom het feest is. Het is een begrafenis, met eten voor iedereen die komt. Bij het parkeren van mijn scooter, sloop ik mijn gloednieuwe slipper. Morgen even nieuwe kopen.

De openingsceremonie van het event is een Fijiaanse dans, die uitmondt in een soort polonaise met alle deelnemers, voordat we aan tafel gaan. De eerste leuke gesprekken met deelnemers uit Canada, US, Australie, Duitsland en India. De meeste mensen slapen in Tony’s accomodaties, maar ik stuur mijn scooter om iets over negenen weer terug de nacht in. Ik geniet van de barre tocht van een half uur. Benieuwd hoe dat morgen zal zijn, ver na middennacht.

Thuis aangekomen heb ik een Skypesessie met vriend Ferd, die als projectmanager de TalentFirst website opnieuw aan het realiseren is. Wat werkt dat toch goed, zo! En gezellig. Voor mijn werk maakt het misschien geeneen zoveel uit, waar ik zit. Voor mijn gezinnetje wel en ik realiseer me dat ik alweer over de helft van mijn reis ben en ik mijn schatjes al weer snel zie!

ATW: Dag 9 – Paradise lost

Even doorbijten, 4.45 u opstaan, door het donker de berg op, op zoek naar bus of taxi. Op ‘t vliegveld via de fast-lane inchecken en rustig de tijd om even te ontbijten in de lounge. Ideaal. Aan de haven drinken we een Gold, het lokale bier, met de forse Jennifer uit Noord Californië die hier drie maanden leeft. Daar lijkt mij persoonlijk dan weer niet zoveel aan. Zo zie je maar weer, de één z’n droom, is voor de ander een drama. Vandaag een dubbele vlucht, wat een driedubbele zal blijken, naar Suvasuva,

Fiji, het paradijs op aarde. In de eerste Boeing 737 heeft alleen economy, wat een luxe is vandaag, want het comfort zal steeds verder afnemen. Na drie uur, met mijn inmiddels vertrouwde keuze uit de New Zealand Air jukebox: David Guetta FMIF, komen we op Nadi aan, wat iedereen hier als Nandi uitspreekt. De hoofdstad van het eilandenrijk Fiji.

Travel light

Nadat ik mijn paraplu al bewust in Sydney had achtergelaten, pak ik hier mijn rollerskates, mijn dichte schoenen en wat boeken in, om achter te laten op het vliegveld.  Travel light. Voor het eerst moet ik mijn handbagage inchecken. ‘Very small plane, sir’. Wat gezegd wordt over de Fijians, klopt wat mij betreft nu al: echt aardige mensen.

Bij het inchecken krijg ik niet 1 maar 2 boardingpassen. Het eerste vliegtuig, wat te klein is voor mijn handbagage, blijkt te groot voor Suvasuva luchthaven! We moeten dus nog een keer overstappen.

Reisschema

Ik maak me zorgen om mijn reisschema, want ik zou opgehaald worden. Hoe laat die laatste vlucht gaat, hangt van het gewicht van de passagiers af, zo wordt me verteld. Er kunnen maximaal 12 mensen in, soms 14, en anders wordt het een vlucht later. Ik reken uit dat dit mijn inmiddels 6e vlucht is deze week. Het echte Peter Stuyvesant gevoel krijg ik, als we op de startbaan via een trapje een heel basic vliegtuigje in stappen.

In een uurtje vliegen we naar het andere eiland, om te landen op Labasa. De terminal is niet meer dan een keet.

Nadat we allemaal op een weegschaal hebben moeten staan, lijkt het in orde. Met tien man mogen we in een nog veel kleiner vliegtuigje stappen. De piloot komt even bij ons zitten, voor de veiligheidsinstructie. Hij doet me aan Soldaat van Oranje denken en het ruikt naar kerosine. ‘The flight will take ten minutes’, besluit de piloot, waarna hij naast zijn co-piloot kruipt. Met gepast gevoel voor drama, zet het apparaat zich in beweging, om ons na tien minuten op de andere kant van het eiland af te zetten: Suvasuva. Vliegen zoals vliegen bedoeld is!

Doordat het allemaal sneller ging dan gepland (en sneller dan op de boardingpassen staat), moet ik anderhalf uur wachten voor ik wordt opgehaald. Warm hier, zeg. Dan komt een taxi uit de jaren twintig voorrijden, met mijn hospita Elle. Ik schat haar tegen de 60.

Paal 4,8

De meeste van de deelnemers aan het Tony Robbins zitten in Tony’s eigen Namele resort, waar ze met zachte drang toe overgehaald zijn. Ik vond ik de 450 euro per nacht (voor een gedeelde kamer) wat gortig en heb een bed en breakfast geboekt.

Elle heeft zelfs twee huizen voor me in de aanbieding, eentje naast het Tony event, en de andere wat meer bij het dorp. Ze heeft hier als native Fijienne jaren gewerkt als makelaar en is nu met pensioen. Het heeft haar nog wat extra stulpjes opgeleverd. Onderweg naar het huis naast haar eigen huis, vertelt ze me dat het al weken lang elke dag heel hard tropisch regent. Ik heb ook nog geen wit strand gezien, wel een hoop palmbomen. Ik ben blij dat ik mijn skates thuis heb gelaten, want op met de weg waarover we rijden heeft zelfs de taxi de grootste moeite. En andersom.

Mijn huis, bij paal 4,8 (huizen kennen hier geen adres, 4,8 betekent: kilometer 4, rioleringspijp 8), is geweldig. Een soort negerhut van oom Tom, tegen de berg op met zicht op de pacific. Een buitendouche, een werkkamer, een keuken op de veranda en een heerlijk bed onder een grote klamboe. Alles is er, een gevulde koelkast, internet, elektriciteit.

Een duik in de zee besluit ik toch niet te nemen, het wordt al bijna donker en het water ziet er niet aantrekkelijk uit. Even moet ik bijkomen: geen wit strand, dagelijkse regenbuien. En wat doet Elle’s kat die hele tijd op mijn tafel. Ik houd niet van katten. Na een uurtje staren over de oceaan, besluit ik het aanbod van Elle aan te nemen, om me het stadje te laten zien. We lopen onder het licht van maan en sterren over de vier kilometer naar het dorp. Halverwege springen we bij een local in de auto.

Sowieso zijn hier vrij veel buitenlanders neergestreken in dit deel van Fiji. In de haven ook een groot aantal Oyster zeilschepen, van groot tot heel groot, die meedoen aan een rally. Ik spreek een Engelse jongen, die totaal 15 maanden de wereld aan het rondzeilen is. Hij vergezelt als crew de eigenaren van een Oyster zeilschip.

Marketing in Fiji

We eten een gezellige Enchillada, waarbij Elle, die op z’n minst een beetje wereldvreemd is, maar tegelijkertijd slim en direct, tal van verhalen uit de oude Fiji doos vertelt. Heel wat inside stories krijgen we te horen.

We komen tot de conclusie dat de Fijians niet alleen goed zijn in vriendelijkheid, maar zeker ook in marketing, gelet op de gecreëerde perceptie van tropisch paradijs met witte stranden, die eigenlijk grotendeels ontbreken op dit eiland…

De bus waarin we terug naar het huis kunnen meerijden, is nog van ruim voor de uitvinding van de vering, waardoor ik bijna full-time grinnikend, als in een kermisattractie, de terugweg beleef.

Pagina 1 van 3123